Translate

12 november 2016

deze column is niet voor tere zieltjes

Even vooraf, deze column is, zoals de titel al doet vermoeden, niet voor tere zieltjes. Ook mensen die niet gevoelig zijn voor humor kunnen beter afhaken. U bent gewaarschouwd!


Laatst, in de avond van 11 november, kwamen er bij ons kinderen aan de deur om te bedelen. Zij zongen daar een mij vreemd en, gelet op de tekst, ongepast liedje bij.

Sint Maarten, Sint Maarten
de koeien hebben staarten
de meisjes hebben rokjes aan
daar komt Sinte Maarten aan.

Wie is die geile "Sint Maarten" die plotseling komt opdraven als de meisjes rokjes dragen? En moeten die kinderen daarom om voedsel bedelen, om funs Maarten van zich af te houden?
Ik snap er helemaal niks van! Dat komt natuurlijk, omdat in de streek waar ik woon, het feest van Sint Maarten geen traditie is. Het wordt hier niet alom gevierd. Althans, niet in mijn tijd.

Nu zul je je afvragen: maar als het geen traditie is, waarom komen er dan toch kinderen bij jou aan de deur? Nou, dat komt omdat er overal wel een of andere regelmoeder woont, die "in het belang van de kinderen" haar zelfgeprezen organisatorische capaciteiten zonodig moet etaleren, ziekelijk op zoek naar erkenning van haar miskend talent. Daarbij ook nog eens schaamteloos misbruik makend van de onschuldige en onwetende kindertjes. Want al enkele dagen tevoren was zij met haar kroost langs de deuren gegaan om het feest aan ons op te dringen. Stonden er, onder het oog van deze alziende regelheks, ineens twee schattige meisjes voor de deur met een brief waarin alle informatie stond over hoe "men" van het Sint Maartensfeest ook in onze buurt een traditie wilde maken. Ja en die kinderen, die kunnen er ook niks aan doen dat ze zo'n moeder hebben. Die zijn al zo gestraft. Die kinderen ga ik echt niks weigeren. In feite is het pure chantage. En dus kochten wij snoep en lampionnetjes en kaarsen "om het gezellig te maken", geheel conform de instructies uit de brief van de Sint Maarten Nazi's.

Mijn vrouw zit er anders in, dat moet gezegd. Ik moet niet zo zeiken en niet zo kinderachtig doen. Maar wie begint er nou? Ik toch niet? Wij hebben hier nooit Sint Maarten gevierd. Ik hoefde als kind niet langs de deuren om om snoep te schooien, dat kreeg ik gewoon thuis, soms. Heb ik daarom wat gemist? Ech nie!

Nee, tradities, ik heb er niks mee! Wat zijn dat nou, "tradities"? Volgens de aan obesitas lijdende Van Dale zijn het oude gewoontes van een (grote) groep mensen. Aldus was het eens immens populaire katknuppelen en ganstrekken ook een traditie, maar dat zie je, om mij onduidelijke reden, tegenwoordig toch vrijwel nergens meer. Zelfs roken zou je dan een verdwijnende traditie kunnen noemen. Ook het door heel Nederland vaak toegepaste oude gebruik van het kaalscheren van meisjes na omgang met Duitsers is jammergenoeg niet meer in zwang.
Ja, ik realiseer me dat ik met dit soort uitspraken hier en daar op lange tenen ga staan, maar ik heb je van te voren gewaarschuwd. Zelfkennis is belangrijk. Ik kan er dan ook niks aan doen dat jij tot nu toe niet wist dat je lange tenen had. Maar goed, ik dwaal af. Dat heb ik wel vaker, dat weet ik. Ik heb namelijk die zelfkennis wél.
Hoe dan ook, tradities zijn dus zeker niet voor eeuwig en je hebt maar één ijverige moeder nodig om ze te laten ontstaan. (Klinkt dat ongeloofwaardig? Ga dan maar eens op zoek naar de ontstaansgeschiedenis van die belachelijke moederdagtraditie.)

Sinterklaas - ja, daar gaan we weer - wordt ook een traditie genoemd. Net als Zwarte Piet. Nou heb ik helemaal niks met die lui, maar om de kinderen een plezier te doen - want kinderen kan ik bijna niks weigeren - heb ik altijd gewoon meegedaan. Dus kocht ook ik de traditionele chocoladesigaretten voor in hun belachelijk dure schoentjes. Maar waar zijn die chocoladesigaretten tegenwoordig? Die kan je gewoon nergens meer kopen! Waar is die traditie gebleven? Verdwenen dus en met stille trom vertrokken, geheel conform de Europese wetgeving hieromtrent. En ik heb er nooit iemand tegen horen protesteren.

Dat Zwarte Piet niks met discriminatie, racisme of ons slavernijverleden te maken heeft, heb ik al eerder met feiten aangetoond in mijn column "Van Sinterklaas, dingen die voorbij gaan". Racisme als argument gebruiken om Zwarte Piet te verbieden vind ik daarom stuitend en beledigend voor iedereen die het feest ooit met Zwarte Piet heeft gevierd. Het bezoedelt mijn hele jeugd, want als kind was ik wel een grote fan van die zwarte rakker! Maar als zwarte kinderen eronder lijden.... Al is het maar één kind dat verdrietig wordt van Zwarte Piet, dan ben ik best bereid om Zwarte Piet in het belang van dat ene kind te veranderen. Ik kan kinderen nu eenmaal niks weigeren. En die andere kinderen, die vinden die kleur toch helemaal niet belangrijk. Het gaat hen immers om snoep en cadeautjes!
En natuurlijk is het kind dat lijdt onder Zwarte Piet volledig gehersenspoeld door een xenofobe zwarte moeder die liever in de slachtofferrol kruipt dan te leven vanuit haar eigen kracht. Maar daar kan dat kind toch niks aan doen? En juist om dat kind gaat het! Niet om die schreeuwende, eisende, zichzelf belachelijk makende, zwartwit denkende moeder.

Nee, dan kunnen wij nog een voorbeeld nemen aan de Belgen. Die hebben geen gedoe over Zwarte Piet. Niet vanwege racisme of vanwege discriminatie of vanwege de vermeende verheerlijking van het slavernijverleden. Nee, die schaffen 'm gewoon af. Vanwege dat ene kind, dat ene kind dat er verdriet om heeft. Dat ene kind, dat om de afkomst wordt gepest. Gepest door kinderen, die op hun beurt ook weer zijn geïndoctrineerd door evenzo hersenloze witte ouders. Als dit maar geen traditie wordt!

Groetjes, Salvatore

14 augustus 2016

The Search for Godzilla

Al smaakt de kruidenboter nog zo lekker, het is geen tzatziki. Al is de pannenkoek nog zo goed gebakken, het is geen gyros. Al zit je bij Meijer aan Zee nog zo lekker, het is geen Banana Beach. Al is iedereen nog zo vriendelijk, het zijn geen Grieken.

Vakantie in eigen land. Ik weet ook niet waarom je dat zou willen, maar het overkwam ons dit jaar toch. Terreurdreiging, de eigen economie spekken, we zijn al weg geweest, eens een keer wat anders, Nederland is ook mooi, allemaal argumenten die geen enkele rol hebben gespeeld. Het buitenland kwam er gewoon niet van! Maar wel nog effe een paar dagen een hotelletje aan zee geboekt. Want thuis blijven is geen optie. Ja, voor mij wel, maar voor de rest van Nederland niet. Als thuisblijver word je hier niet serieus genomen. Dan ben je toch een eigenzinnige zonderling. En dat wil je niet zijn. Je wil als mens wel uniek zijn, maar tegelijkertijd toch ook leuk meedoen met de massa. Dus ga je er toch een paar dagen tussenuit, dan val je niet zo op, hoef je geen moeilijke vragen te beantwoorden, tel je weer mee, hoor je er weer bij. Het werd het Beachhotel in Zandvoort, een kamer met zeezicht, want ja, als je er dan toch bent, wil je 'm ook tot vervelens toe zien. En horen! Wat maakt die zee een kabaal! Onbegrijpelijk dat mensen zo graag aan zee vertoeven. Maar goed, een paar dagen kon ik nog wel aan.

Het weer was zo instabiel als een spastische equilibrist op het slappe koord. Bui, zon, wind, wolk, bui en dat allemaal in één uur tijd. Bovendien was het in weerwil van de klimaatverandering "te koud voor de tijd van het jaar".
Onze vakantiekoffer leek veel op een gewone vakantiekoffer, alleen waren zwemkleding en slippers vervangen door winterjassen en lieslaarzen. De zon werd grondig afgedekt door een dik wolkendek waaruit "van tijd tot tijd regen" viel. Met de ruitenwissers op drie reden we weg.

Hoe dichter we bij de zee kwamen, hoe beter het weer werd. De lucht brak open en de zon kwam tevoorschijn. In de volle zon parkeerden we de auto voor het hotel. De kamer was ruim en ingericht als een strandhuisje, heel gezellig, en het grote balkon bood ruim zicht op zee en de mooie boulevard. Belangrijkste, het was heerlijk schoon en de bedden lagen fantastisch. Dat is in meer zuidelijk gelegen landen vaak wel anders.
Even later zaten we bij een strandtentje uit de wind in de zon aan een Mojito. Het was heerlijk warm. Het leek wel buitenland. Zelfs de bediening was onhollands vriendelijk. Dit viel allemaal erg mee, vond ik.

Weer op onze kamer om ons voor te bereiden op het diner, bood ik aan om de jassen even uit de auto te halen. Als de zon weg was, werd het toch snel fris. Prijs de Heer voor de tussenjas.
Ik was amper terug met de jassen of mijn vaste reisgenote klampte mij aan en sprak opgewonden: "Er woont een olifant boven ons, hoor dan!"
Boem, boink, boem, boem.
"Wat loopt zo'n mens nou de hele tijd te doen? Zo groot zijn die kamers toch niet? Waarom moet je de hele tijd heen en weer lopen? Al vanaf dat je weg bent!"
Boem, boem, boink, boem, boink. Je kon de route precies volgen. Van balkon naar de badkamer, korte pauze, terug naar balkon, direct terug de kamer in, naar het nachtkastje, door naar weer de badkamer, terug de kamer in, naar het bureau, korte pauze, naar het balkon, en weer terug naar de badkamer en zo voort en zo voort! En dat alles met de lichtvoetigheid van een dinosaurus met obesitas.
"Het is net Godzilla!" riep ik.
"Ja, die is hier aan land gegaan en heeft hier zijn intrek genomen."
"Hoe moet je in hemelsnaam lopen om zo'n geluid te produceren?" zei ze en sprong van het bed af om het loopje te imiteren. Dat viel nog niet mee. Ik stond ook op en deed mijn best net zo te bonken als Godzilla. Alleen als wij ernstig ons best deden, kwamen we enigszins in de buurt, maar we bereikten nooit het niveau van onze bovenbuur. Uit compassie met onze onderburen staakten we onze pogingen het bonkniveau te benaderen. We hadden wel honger als Godzilla, dus verlieten we onze hotelkamer op zoek naar voedsel. En drank!

Na het eten en drinken en drinken en drinken, nog maar net terug op onze hotelkamer - ik had de sleutel nog in de hand - begon het weer. Boem, boink, boink. Was Godzilla nou wéér aan het lopen of, erger, nóg aan het lopen? Deed Godzilla een afvalrace?
We deden de TV aan. De Olympische Spelen. Gelukkig was Yuri van Gelder naar huis gestuurd, want hij zou anders een negatieve invloed hebben gehad op de hele Nederlandse Olympische Equipe. Men bereikte betekenisvolle kwart finales en vijfde en zesde plekken, maar nauwelijks medailles. Ook dit was een soort afvalrace. Je moet er toch niet aan denken hoe het was geweest als Yuri wel was gebleven!
Het gebonk stopte! Godzilla was moe! En wij ook. Ik sliep in als een blok. Waarschijnlijk als gevolg van de zilte zeewind. De aanzienlijke hoeveelheden drank zouden er ook aan hebben kunnen bijdragen.

"Opletten nu, kijken of we Godzilla kunnen ontdekken."
We waren al vroeg in de ontbijtzaal. Er waren nog maar een paar mensen en Godzilla hadden we nog niet gehoord. Godzilla zat hier waarschijnlijk tussen. Wij kozen een tafeltje aan de rand, bij het raam, met goed zicht op de hele zaal en scanden alle aanwezigen op Godzillakwaliteiten.
Links achterin zat een gezin, waarvan de moeder ons inziens wel in aanmerking kwam voor het Godzillazegel. Het was niet zo zeer haar obesitieve postuur, als wel haar droge, eeltige hakken in de afgetrapte bruin lederen "muiltjes" die 't 'm deden.
Een tafeltje verderop zat een wat ouder stel, maar daar kwamen we niet uit. Die zouden we eerst moeten zien lopen.
In het midden zat een Duits stelletje van naar schatting begin 40. Hij was voorzien van diverse kleurige afbeeldingen op armen en benen en had lang, sluik, ongekamd haar. Zij droeg een neusring en rode hoofddoek waar smeuïge dreadlocks onder vandaan kwamen. Beiden hadden echter het postuur van een heroïneverslaafde, dus die vielen wat ons betreft af.
Vlak achter ons zat een deftig stel van onze leeftijd. Zij had het haar opgestoken. We vroegen ons wel af of er in dat knotje vogeltjes zouden kunnen nestelen, maar voor Godzilla leek ze ons te deftig. Haar man maakte qua postuur wel enige kans, ofschoon de bootschoenen, sjaaltje en blauwe blazer een zekere lichtvoetigheid uitstraalden.
Er kwam vervolgens een duo binnen, beiden op trendy slippers, met harige kuiten onder korte broekspijpen. Beiden met een keurig gelkapsels en pastelkleurige fleecetruitjes losjes over de schouders hangend. Frisse jongens, die bijna dansend langs het ontbijtbuffet zwierden. Niks mis mee, maar geen Godzilla's.
Ja, de oudjes stonden op! Ze maakten veel kabaal met schuivende stoelen, maar toen we ze eenmaal zagen schuifelen, wisten we dat geen van beiden aanspraak maakte op het Godzillacertificaat.
"Je koffie wordt koud!"
"Oh ja, ik vergeet het helemaal," zei ik en nam een slok en juist op dat moment kwam er een man binnen die er uitzag als een oude visser. Groot, fors, een uitgelubberde grijze trui, verweerd gezicht, buik, vaal bruine ribbroek, met daaronder ... klompen! Boem, boink, boem, boem. Godzilla!
Maar ook dat bleek 'm niet te zijn. Hij bleek de leverancier van de dagelijks vers aangevoerde vis voor het restaurant.
Toen stond de vrouw met de droge eelthakken op. Ze liep nog een keer langs het buffet. Natuurlijk. Het leek echter of ze zweefde. Je hoorde haar niet lopen. Ze ging langs het buffet alsof ze op een lopende band stond en als een ervaren buffetter pikte ze iedere keer sierlijk iets uit de schalen en bakken totdat ze met een overvol bord op de lopende band terug naar haar tafeltje werd gebracht.

Drie heerlijke dagen hebben wij iedere ochtend bij het ontbijt alle bezoekers opgenomen, beoordeeld en afgekeurd. Zelfs tijdens lunches en diners op andere locaties, in andere steden ging onze queeste voort. We hebben onze Godzilla echter nooit gezien. Alleen gehoord. Of ... zou het er gespookt hebben...? 

Groetjes,
Salvatore

24 juli 2016

de mug

Ondanks alle klimaatbeloftes, hadden we toch weer zo'n typisch Hollandse zomer: onvoorspelbaar, wispelturig en kil voor de tijd van het jaar. Er zaten zelfs dagen bij waarop het frisser was dan op tweede kerstdag. Een enkele keer scheen de zon, maar dan wel ineens zó uitbundig dat ie het kwik liet oplopen naar plotsklaps 30 graden. Maar een paar uur later, als je net bezig was je barbecue aan te steken, begon het gedonder alweer. Bliksem, regen, hagel, stormwind. De vochtige warmte die dan ontstond kroop zelfs het best geïsoleerde huis in. Met klotsende oksels zat je dan binnen, de ramen stijf dicht vanwege de harde regen, naar een of ander dom sportevenement te kijken. Want dat is iets anders wat bij zo'n typisch Hollandse zomer hoort: er is alleen nog maar sport op tv.

Terwijl buiten de regen raasde en Gods fotograaf maar geen genoeg leek te krijgen van het Nederlandse landschap, klonk in onze slaapkamer het monotone gebrom van de plafondventilator. Ik lag op mijn zij op bed onder een dun lakentje. Zelfs dat flinterdunne stukje katoen was eigenlijk nog te warm, maar ik moet iets over me heen kunnen trekken, anders kom ik helemaal niet in slaap. Het was zo'n nacht waarin je besluit alsnog een airco aan te schaffen, terwijl je eigenlijk zelf ook wel weet dat je dat natuurlijk nooit gaat doen voor die ene keer dat het zo warm is.
Ik stak een been onder het laken uit voor meer verkoeling en legde mijn armen op het laken. Nood breekt wet. De door de ventilator op gang gehouden luchtstroom bracht enige verkoeling. Net op het punt dat de slaap het zou gaan winnen van de benauwde, klamme warmte, hoorde ik plots, met een schok, heel dicht bij mijn oor, gezoem. Een mug! Tegen beter weten in, zwaaide ik nog een keer met mijn vrije arm door de lucht, maar daar was ie alweer. Zzzzz zzz zzzzzzzz! Ik zat meteen rechtop in bed en knipte het bedlampje aan. Vanuit een ooghoek zag ik een miezerig klein mugje oplossen in de lucht. Aaaargh! Ik keek de kamer rond maar zag natuurlijk niks. De plafondventilator snorde rustig en tevreden in alle kalmte door. Misschien moest ik dat ding een stukje harder laten draaien. Ik had ergens gelezen, dat zo'n ventilator de muggen op afstand houdt. Dus zette ik de ventilator op standje twee. Dat zal 'm leren!

Ik ging weer liggen en trok het laken op tot onder mijn kin. Mmmm, de ventilator maakte nu echt een ander geluid dan eerst. Er zat een ratel in. Zo kon ik ook niet slapen. Standje drie dan maar eens proberen? Dus wierp ik het laken van mij af en zette de ventilator op de hoogste stand. Het ratelen was daarmee wel verholpen. Alleen hadden we nu wel windkracht vijf in de slaapkamer. Ik trok het laken helemaal over me heen en klemde het tussen mijn benen vast. Met wapperende haren lag ik op het kussen. Nee, dat was ook niks.

Opnieuw stond ik op en zette de ventilator terug naar standje één en niet veel later snorde het motortje weer kalm en rustig. Da's beter. Ik knipte het lichtje uit en ging weer liggen. Ik had nog maar net de juiste draai gevonden of daar hoorde ik 'm alweer. Zzzzz zzz zzzzzzzz! Meteen zat ik verhit rechtop in bed. Vannacht zou er levend wezen sterven, en ik was het niet. Ik liep naar beneden en haalde de vliegenmepper én de kruimeldief tevoorschijn. Ja, want de kruimeldief is een uitstekende muggenopzuiger en laat geen smerige bloedvlekken achter. Als zo'n mug stil zit op een met de kruimeldief goed bereikbare plek, zuig je 'm zo op! Werkt perfect. De vliegenmepper gebruik ik meer als zwaai instrument. Ik zou de mug geen moment rust meer gunnen!

Half op de trap, met de vliegenmepper en de kruimeldief op scherp, speurde ik de overloop af. Met de slimheid van Rambo, had ik het licht op de overloop aangelaten. Daarmee zou ik de mug de slaapkamer uitlokken om hem op de overloop in mijn val te laten lopen. Met half dichtgeknepen ogen speurde ik de witte plafonds en wanden af. Ik zag niks. En ik wist ineens ook waarom ik niks zag. Ik had mijn bril niet op. Zucht! Dus legde ik mijn wapens neer en haalde een ander hulpstuk: de kijkglazen! Even later stond ik, nu bebrild, weer half op de trap met de vliegenmepper en kruimeldief in de aanslag en speurde de witte wanden af op zoek naar de mug! Geduld. Geduld. Geduld. Maar hoeveel geduld moet je hebben? Hoe lang stond ik hier nu al te wachten? Hoe laat is het eigenlijk? Dit is toch van de zotte! Dit gaat toch nergens over? Ik legde de wapens neer. Dit ging niks worden. Er was een andere tactiek nodig.

Het idee nu was, dat ik mij zou voordoen als gewillig slachtoffer. Dus kroop ik weer in bed. De wapens voor me op de grond. De kijkglazen op het nachtkastje. Ik lag volledig stil en ademde rustig. De mug moest geen enkele argwaan krijgen. Die moest denken dat ik sliep en gemakkelijk uit te zuigen was. Maar in werkelijkheid stonden al mijn spieren gespannen, klaar voor actie! Een enkele zoemtoon zou genoeg zijn om mij te doen opspringen, de kijkglazen te activeren, de mug te zien en de zuigmond van de kruimeldief over 'm heen te zetten. Dan zullen we nog weleens zien, wie hier wie zuigt! Haha!

Het is gegaan zoals het is gegaan. De volgende ochtend werd ik wakker met vijf muggenbulten. Hoe het kan, kan het, maar ik ben onverhoeds toch in slaap gevallen. Nou wil ik niet van een mug een olifant maken, maar met zijn microgram aan hersens, was deze mug zowel in strategisch, tactisch als operationeel opzicht mijn meerdere. Ik wil het er niet meer over hebben!

Groetjes,
Salvatore